Verzopen in de Rubicon
Na een weekje twijfel volgend op het extra congres op 2 april heb ik besloten mijn activiteiten voor D66 (momenteel bestuur en programmacommissie in Utrecht) te staken en voorlopig bij gebrek aan alternatieven als slapend lid verder te gaan. De slappe knieen van vele D66 leden die op het congres vonden dat er een mager akkoord lag maar toch maar voor stemden zonder gecompenseerd te worden omdat het ‘landsbelang’ dat vroeg tesamen met het enthousiasme dat in Utrecht onder de actieve leden kennelijk bestaat voor dit kabinet, gaven voor mij de doorslag. Het is niet integer actief te blijven wanneer je de keuzes van de partij op hoofdlijnen niet steunt en de motivatie daardoor wegvalt.
Het Paasakkoord
Ik heb op het extra congres tegen de motie gestemd van het Landelijk Bestuur welke volgens beproefd recept als eerste in stemming werd gebracht. Ik vond het akkoord (zoals zo velen) te mager en vond dat het congres moest uitspreken dat men terug moest naar de onderhandelingstafel. Wat het gevolg van die uitspraak zou zijn geweest is ondergeschikt aan de inhoudelijke afweging van het akkoord en de tussenbalans van de coalitie tot dus ver. Wat dat betreft was ik het volledig eens met Boele Staal die betoogde dat de verkeerde druk werd opgelegd. Natuurlijk zou een tegen (als dat daadwerkelijk tot verkiezingen zou leiden en niet tot heronderhandelen) een klap voor de partijorganisatie zijn, temeer daar men de voorzitter al naar een ministerspost had gemanouvreerd. Maar de partij is uiteindelijk een middel en geen doel. Brinkhorst meende richting Staal te kunnen volstaan met het schandelijke nonargument dat Staal moest zwijgen “omdat ie op het strand had gezeten”. Brinkhorst blonk sowieso uit in ad hominem sneren, gezien zijn uitlatingen over ratten en populisten bij de concurrentie. Over wat de electorale gevolgen van een nee zouden zijn versus een ja, heb ik geen enkel idee. Andere leden kennelijk wel: zij bleken doodsbang voor verkiezingen.
Op onderwijs en innovatie zijn redelijke resultaten geboekt, al gaat het extra geld niet zozeer naar onderwijs (leerkrachten, scholen, leermiddelen) maar vooral naar de financiering van de toename van leerlingen en studenten en naar het voor het bedrijfsleven interessante innovatieplatform. Ik had naast de onderwijsparagraaf echter graag nog wat terug gezien van het sociale gezicht van D66 of van de milieupartij D66. Bijvoorbeeld een uitbreiding van het specifiek pardon asielzoekers of een impuls aan duurzame energie. Enige compensatie was nodig gezien het fiasco met de bestuurlijke vernieuwing. Van reparatie bestuurlijke vernieuwing is weinig terecht gekomen, terwijl het wel de aanleiding was van de crisis en een belangrijk element zoniet de sine qua non in de instemming met kabinetsdeelname in 2003. Zo had men gewoon in de grote steden al in 2006 burgemeesterverkiezingen kunnen regelen via normale wet zoals reeds in het regeerakkoord stond. De Kroon bekrachtigt dan de uitkomst. Wat er nu rest van 40 jaar D66 inspanningen inzake het versterken van de band kiezer-gekozene is een onderzoeksopdracht voor een Minister van Niks met een thuiswerkplek. De partij zat de laatste tien jaar vrijwel continu in de regering en had de sleutel in handen bij de formaties van 1994 en 2003. Dat er noch over referenda, noch over de direct gekozen burgemeester, noch over de gekozen formateur en noch over het kiesstelsel blijvende resultaten zijn geboekt is dan een aanfluiting. Het paasakkoord regelt nog wel wat bij de omroep. Dat is wellicht aardig maar buiten enkele omroepbobo’s ligt daar natuurlijk geen kiezer wakker van.
Tussenbalans coalitie
De tweede component die moest worden gewogen op het extra congres, was naast het paasakkoord de tussenbalans van de coalitie tot dus ver. Ons werd op het hart gedrukt toch vooral het ‘landsbelang’ niet uit het oog te verliezen. Maar dat is natuurlijk een twijfelachtige en nogal aanmatigende notie. Het landsbelang hangt nogal van je visie af. Daarbij zijn er de afgelopen twee jaar al de nodige zaken geregeld zodat het argument dat bij een crisis alles voor niets is geweest dubieus is. Onderdelen die nog op de rol staan zijn vermarkting van de zorg en liberalisering van de energiemarkt. Over beiden heb ik ernstige twijfels. Daarnaast zijn de schaduwzijden van dit kabinet kwalijker gebleken dan twee jaar geleden ingecalculeerd. De Geus heeft alles tegelijk overhoop gehaald en zo wel erg veel vertrouwensschade bij sociale partners en consumenten aangericht. Dit kabinet lijkt kapitalisme als enig motiveringsmiddel te zien en predikt de wet van het marktmechanisme ook op terreinen waar zij slechts beperkt inpasbaar is, zoals de zorg en de energielevering. De pensioen- en VUT-plannen lijken nog wel te billijken maar de WAO onrust lijkt volledig overbodig gezien de vruchten die de door Paars genomen maatregelen (wet poortwachter) al afwerpen. In de massale herkeuringsoperatie lijken redelijkheid en billijkheid ondergeschikt gemaakt aan het politieke doel meer dan 100.000 mensen uit de WAO te werken. Mensen die er nota bene soms tegen hun zin eerst in zijn gestopt. Neem daarbij nog enkele schijnoplossingen van Donner en de balans wordt wel erg miezerig wanneer er van de bestuurlijke vernieuwingspunten niets is overgebleven dan consensusonderzoek.
Etiketten en schijntegenstellingen
Wat mij, tot slot, ook nogal de keel begon uit te hangen in de hele affaire de afgelopen weken, was die opgeklopte schijntegenstelling tussen sociaal-liberalen en bestuurlijke vernieuwers. Kennelijk overgewaaid uit de de laatste tijd nogal neoliberale en bijkans reactionaire Jonge Democraten, van wie we ons nog de motie over het sociaal-akkoord op het najaarscongres herinneren. Die motie ontbeerde takt, politiek inzicht, sociaal benul en democratisch respect voor de SER en de vakbonden. Het dedain waarmee Paternotte c.s. Doekle Terpstra voor de voeten wierp dat hij alleen wat oudjes representeerde was stuitend. De nu gesuggereerde tegenstelling binnen D66 werd goed geillustreerd door de wat naieve en stokerige tekst “Geboren na ‘66: Wat WIJ belangrijk vinden” welke vanuit de afdeling Utrecht werd gelanceerd. Los van het feit dat leeftijdsgeorienteerde initiatieven niet deugen, wordt de hele tegenstelling nogal overtrokken. Dat is slecht voor de partij en slecht voor de beeldvorming. Sommige ’sociaal-liberalen’ gaan er kennelijk vanuit dat bestuurlijke vernieuwers geen affiniteit hebben met sociaal-economische kwesties en vice-versa. Beide zaken zijn loten van dezelfde ideologische, vrijzinnig-democratische visie: burgers grip geven op hun leven. Dat had de op zijn slappe knieen staande Van Mierlo nog wel goed gezien, in zijn geregiseerde stemverklaring: “Wie zegt dat staatsrechtelijke hervormingen alleen voor oudere D66′ers prioriteit hebben, is reeds op jonge leeftijd krankzinnig geworden.” Dit is met het zwalkende electoraat van de laatste jaren in gedachten ook voor iemand als ik die staat voor een brede profilering, een waarheid als een koe. Als je niets hebt met bestuurlijke vernieuwing en vooral sociaal-economische hervormingen propageert, kies dan voor de VVD in plaats van voor verlakkerij. Ik kan nu niet anders concluderen dan dat D66 dezelfde fout maakt als na de Nacht van Wiegel en thans verzuipt in de Rubicon. Helaas kent dit land ook geen vrijzinnige, links-liberale alternatieven dus vooralsnog stel ik mij als slapend lid verontrust aan de zijlijn op.
naschrift, 19 april:
De meeste reacties die ik hierop kreeg, waren op hoofdlijnen inhoudelijk instemmend maar stelden de vraag of actief tegengas niet beter is dan een opstelling aan de zijlijn. Als voorbeeld een stukje van zo’n vraag en mijn reactie van 13 april:
> De vraag is of je als een meerderheid van de leden een andere koers > kiest dan de jouwe je een pas op de plaats moet maken/je aan de zijlijn > moet gaan staan. > Jij maakt op dit de afweging om het laatste te doen. > Een andere keus had kunnen zijn om juist 'jouw' standpunt met (nog meer) > elan/power binnen de partijgeledingen te laten horen. > > Ik zelf zou het zeer betreuren als je je inderaad voorlopig aan de > zijlijn zou gaan opstellen. Je hebt gelijk dat in deze natuurlijk het dilemma bestaat uit de vraag of je nu je handen af moet trekken van een zaak die de jouwe niet meer lijkt te zijn danwel of je juist op je post moet blijven om tegengas te geven. Toch komt er een moment dat je moet zeggen: tot hier en niet verder. Daarbij: ik ben nog steeds lid (al was het maar om 'teugen' te kunnen stemmen :-)) en vind het nog steeds leuk om bijvoorbeeld Club Politic te bezoeken. Er is echter een verschil tussen een kritisch lid zijn dat zijn standpunt laat horen en de rol die ik nu had. Een jaar geleden speelde ik nog met de gedachte me tzt te gaan melden als kandidaat voor de raadslijst. Die mogelijkheid was ook een van de redenen om me voor de programmacommissie te melden. Als bestuurslid of als potentieel raadskandidaat ben je meer dan een participerend lid: je bent in feite een van de visitekaartjes en aanspreekpunten van de partij. Ik vind niet dat je dat geloofwaardig kunt zijn, wanneer je op belangrijke politieke en/of strategische punten de keuzes van de partij afwijst.