D66-jongeren verslikken zich in schoolstrijd.
“Het in stand houden van bijzonder onderwijs is een beperking van de keuzevrijheid, omdat er vaak maar een school in de buurt is”, aldus de Jonge Democraten maandag via persbericht en website. Op hun congres afgelopen weekend hebben zij een motie aangenomen met de strekking artikel 23 uit de grondwet te schrappen en nog slechts openbaar onderwijs te financieren. De jonge honden hebben hiermee over het hoofd gezien dat ons systeem van bijzonder onderwijs bij uitstek vrijzinnig-democratisch is. Een flater.
Ten tijde van de schoolstrijd is er een onderwijs systeem ontstaan waarin elke groepering met enige organisatiekracht op een levensbeschouwelijke of onderwijs-methodische basis in vrijheid een school kan beginnen op de eigen grondslag. De overheid bekostigt deze scholen in gelijke mate. Een prima combinatie van vrijheid en gelijkheid. Wanneer de Jonge Democraten, die zich een vrijzinnig-democratische club noemen, zich verdiept hadden in de geschiedenis van deze politieke stroming, hadden ze kunnen leren dat de voorganger van D66, de Vrijzinnig Democratische Bond van Marchant naast successen zoals de vrouwenemancipatie zich ook heeft ingezet voor artikel 23. Dit overigens in tegenstelling tot de conservatief liberalen die, net als nu, vooral bezig waren met het in stand houden van de eigen bevoorrechte situatie.
Ook de vrijzinnig-democraten van nu, D66, staan nog steeds voor de gelijke status van het bijzonder onderwijs. In hun huidige verkiezingsprogramma wordt ervoor gekozen de scholen terug te geven aan de ouders, de kinderen en de leraren. De betutteling vanuit Zoetermeer dient beperkt te worden. De overheid heeft de taak de eindtermen te bepalen en de onderwijsinspectie toe te laten zien op het halen van die eindtermen. Hoe dat onderwijs wordt gegeven dient vooral bepaald te worden door de betrokkenen, de leraren, de leerlingen en de ouders en niet de overheid. Dat kan dan zijn op een religieuze, een humanistische, een pedagogische of wat voor grondslag dan ook. We zitten niet te wachten op staatsscholen. Of op een grote toename van prive-scholen voor welgestelden, een optie die in Nederland ook mogelijk is hetgeen in deze discussie nog wel eens over het hoofd wordt gezien.
De aanleiding voor de weinig doordachte opwelling van de Jonge Democraten is natuurlijk het door minister Van Boxtel aangedragen integratieprobleem. Een van de ergerniswekkende uitwassen van het bijzonder onderwijs is het gegeven dat er nogal eens een quotum wordt gesteld aan allochtone leerlingen op bijzondere scholen. Dit werkt zwarte scholen in de hand. En zwarte scholen zijn uiteraard slecht voor de integratie en overigens ook niet gewenst door bijvoorbeeld het gros van de islamitische gemeenschap in ons land. Een modernisering van artikel 23 is dan ook weldegelijk aan de orde. Thom de Graaf heeft dat eerder terecht aangekaart. Delen van het bijzonder onderwijs nemen niet hun verantwoordelijkheid als het gaat om het oplossen van bepaalde maatschappelijke problemen. Scholen dienen leerlingen te accepteren wanneer de denominatie van de school wordt gerespecteerd. Weigering van leerlingen is alleen aan de orde wanneer dit respect ontbreekt of er geen plaats meer is. Integratie betekent ook: respect van anderen ontvangen begint bij het respecteren van de anderen. Wel vrijheid van onderwijs dus, maar ook gastvrijheid en gelijkheid. Heel christelijk eigenlijk, al denken de christelijke partijen daar anders over.
“Het in stand houden van bijzonder onderwijs is een beperking van de keuzevrijheid”. De Jonge Democraten hebben zich danig vergist met deze tegenstrijdige poging kraniger te zijn dan D66. De Jonge Democraten zijn politiek onafhankelijk en kunnen dus zeggen wat ze willen. Temeer reden scherp voor ogen te houden wat D66 vindt. Anders denken mensen al snel: O, afschaffing is eigenlijk wat ze willen maar dat durven ze niet zo te zeggen. Dat is dus niet het geval, gelukkig weet D66 nog wel wat keuzevrijheid betekent.
Henk van Lingen is oud-bestuurslid Politieke Zaken Jonge Democraten